ECLI:NL:RBDHA:2020:4816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: geen systematische tekortkomingen Duitse asielprocedure en tijdelijke coronavirusbelemmering
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende in Nederland een asielaanvraag in nadat hij eerder in Duitsland asiel had aangevraagd. De Nederlandse Staatssecretaris weigerde de aanvraag in behandeling te nemen, verwijzend naar de Dublinverordening die Duitsland als verantwoordelijke lidstaat aanwijst.
Eiser voerde aan dat er sprake is van systematische tekortkomingen in de Duitse asielprocedure, onder meer vanwege korte beroepstermijnen en gebrek aan rechtsbijstand, zoals beschreven in AIDA-rapporten. Tevens stelde hij dat de coronavirusmaatregelen in Duitsland de overdracht onmogelijk maken, waardoor Nederland de aanvraag moet behandelen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De genoemde tekortkomingen zijn niet zodanig dat Nederland de verantwoordelijkheid moet overnemen. Ook achtte de rechtbank de coronavirusmaatregelen tijdelijk en niet voldoende om de overdracht te verhinderen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Reijnierse en griffier A. Vranken, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.