ECLI:NL:RVS:2019:3537
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering asielaanvraag en toetsing overdracht aan Griekenland onder Dublinverordening
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, welke door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen vanwege overdracht aan Griekenland volgens artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Griekenland stemde hiermee in, maar de vreemdeling betoogde dat ernstige gebreken in opvang en asielprocedure in Griekenland overdracht verbieden.
De rechtbank vernietigde het besluit van 4 oktober 2018 en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste of de rechtbank terecht oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling niet mocht overdragen.
De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris zorgvuldig had onderzocht dat de opvangvoorzieningen in het opvangkamp Eleonas voldoen aan Europese normen en dat er individuele garanties waren voor opvang. Ook erkende de Afdeling dat de asielprocedure in Griekenland verbeterd is sinds het arrest M.S.S., mede dankzij hervormingen en Europese ondersteuning.
Echter oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris onvoldoende had onderzocht of de vreemdeling tijdens de beroepsprocedure in Griekenland toegang heeft tot rechtsbijstand, wat essentieel is voor een eerlijk proces. Omdat hierover geen zekerheid bestond, was het besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraken van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de staatssecretaris de vreemdeling niet mag overdragen aan Griekenland zonder nader onderzoek naar toegang tot rechtsbijstand.