ECLI:NL:RBDHA:2020:4882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring tijdens coronacrisis
Eiser, van Somalische nationaliteit, zit sinds januari 2020 in vreemdelingenbewaring. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was, en beoordeelt nu alleen de rechtmatigheid sinds dat moment.
Eiser voert aan dat vanwege het coronavirus geen redelijk vooruitzicht op uitzetting bestaat, omdat reisdocumenten niet worden afgegeven en vliegverkeer vrijwel stil ligt. Ook wijst hij op de quarantaineplicht in Tanzania, die hij niet kan bekostigen. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak waarin de coronamaatregelen als tijdelijke belemmering worden gezien, waardoor het beroep niet slaagt.
Daarnaast klaagt eiser over het strenge regime van bewaring, waarbij hij 20 uur per dag in zijn cel moet verblijven. De rechtbank oordeelt dat klachten over het regime niet tot gegrondverklaring van het beroep leiden en dat dergelijke problemen binnen het detentiecentrum moeten worden aangekaart.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W.B. Klaus en griffier S. Pirs, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.