Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
geboren op [geboortedatum] 1999, met de Sierra Leoonse nationaliteit,verzoeker
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Sierra Leoonse nationaliteit dragende asielzoeker, diende meerdere aanvragen in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na eerdere afwijzingen en ongegrondverklaringen door rechtbank en Raad van State, werd zijn aanvraag van 3 maart 2020 door verweerder niet-ontvankelijk verklaard op 27 maart 2020.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De rechtbank gaf partijen de mogelijkheid om te verzoeken om een mondelinge behandeling, maar alleen verweerder maakte hiervan gebruik. De rechtbank sloot het onderzoek op 21 mei 2020.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak op het beroep in een parallelle zaak (zaaknummer NL20.7740) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze niet langer noodzakelijk is.