Uitspraak
geboren op [geboortedatum] 1999, met de Sierra Leoonse nationaliteit,eiser
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Sierra Leoonse staatsburger, diende meerdere asielaanvragen in, waarvan de eerste in 2016 werd afgewezen en later ook in hoger beroep ongegrond werd verklaard. Na een opvolgende aanvraag die niet-ontvankelijk werd verklaard zonder rechtsmiddelen, diende eiser in 2020 opnieuw een aanvraag in. Verweerder verklaarde deze laatste aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat er geen nieuwe elementen of bevindingen waren die relevant waren voor de beoordeling.
Eiser overhandigde diverse documenten, waaronder kopieën van diploma's en certificaten van [A], en originele verklaringen van [A], [B] en [C] (van [plaatsnaam] Council). Verweerder stelde dat de authenticiteit van de documenten niet kon worden vastgesteld, mede omdat Bureau Documenten geen oordeel kon geven over de echtheid en inhoud. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen feitelijk een weergave van het asielrelaas zijn en niet objectief zijn, en dat de apostille slechts de handtekening bevestigt, niet de inhoud.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die na het eerdere besluit waren voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.