ECLI:NL:RBDHA:2020:5071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende in Nederland een asielaanvraag in nadat hij eerder in Italië asiel had aangevraagd. De Nederlandse staatssecretaris weigerde de aanvraag in behandeling te nemen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat Italië niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet en dat hij een kwetsbare vreemdeling is die in Italië slecht is behandeld, waardoor overdracht in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest. Tevens voerde hij aan dat de overdracht door het coronavirus tijdelijk niet mogelijk is en dat zijn persoonsgegevens onrechtmatig zijn gedeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast. De tijdelijke belemmering door het coronavirus maakt de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig. Ook was de gegevensuitwisseling met Italië toegestaan op grond van de Dublinverordening en de AVG. Het verzoek om aanhouding werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en eerdere mogelijkheden tot contact.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier A. Vranken, en is vanwege coronamaatregelen niet openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.