ECLI:NL:RVS:2020:987
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen asielverzoek wegens verantwoordelijkheid Italië voor opvang kwetsbare vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft het asielverzoek van de vreemdeling niet in behandeling genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling. De vreemdeling betoogde dat Nederland verantwoordelijk is vanwege het risico op onmenselijke behandeling in Italië wegens ontoereikende opvangvoorzieningen voor kwetsbare vreemdelingen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede op basis van rapporten en de circular letter van de Italiaanse autoriteiten die garanties bieden over opvang en gezinsbescherming. De vreemdeling stelde dat de opvangcentra niet voldoen aan het arrest Tarakhel van het EHRM, maar de staatssecretaris toonde aan dat de opvangvoorzieningen adequaat zijn en verbeterd sinds het wetsdecreet van 2018.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Afdeling acht niet aannemelijk dat er sprake is van een zodanige verslechtering van de opvang in Italië dat een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro bestaat. De garanties van de Italiaanse autoriteiten, de eerdere jurisprudentie en de informatie over het opvangsysteem ondersteunen dit. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het asielverzoek niet in behandeling wordt genomen wegens verantwoordelijkheid Italië.