ECLI:NL:RBDHA:2020:5089
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en COVID-19
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 26 februari 2020 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn asielaanvraag niet in behandeling nam omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Tijdens de mondelinge behandeling op 29 mei 2020, waar eiser en zijn gemachtigde niet verschenen, heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank overwoog dat België inderdaad verantwoordelijk is en dat de eiser eerder al een asielprocedure in België had doorlopen zonder succes. De Belgische autoriteiten hebben ingestemd met terugname van de eiser.
De eiser voerde aan dat door de COVID-19 pandemie en de gesloten grenzen binnen Europa het onzeker is of België kan meewerken aan de terugname. Ook werden medische klachten aangevoerd als bezwaar. De rechtbank stelde vast dat er momenteel een feitelijke belemmering is voor overdrachten tussen lidstaten vanwege gezondheidsrisico's, maar dat dit de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat niet beïnvloedt. De overdrachtstermijn was nog niet verstreken, waardoor het prematuur is om gevolgen te verbinden aan de huidige situatie.
Daarnaast was de medische gesteldheid van de eiser niet onderbouwd met stukken, zodat geen beletsel voor overdracht aannemelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.