ECLI:NL:RBDHA:2020:5119
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatwerkvoorziening beschermd wonen wegens ontbreken spoedeisend belang
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden waarin een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) voor de periode 1 februari 2020 tot en met 31 maart 2020 is toegekend.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld zonder zitting, met instemming van partijen. Verzoeker stelde dat hij een kwetsbaar persoon is en dat de korte duur van de indicatie en de noodzaak om tijdig een verlengingsverzoek in te dienen tot stressvolle situaties leidt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen omstandigheden zijn die onverwijlde spoed vereisen, omdat de maatwerkvoorziening al sinds juli 2019 telkens voor korte periodes wordt toegekend en verzoeker de bezwaarprocedure kan afwachten. Er is geen spoedeisend belang vastgesteld, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.