ECLI:NL:RBDHA:2020:5121
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand na intrekking Wajong-uitkering
Verzoeker heeft een aanvraag om bijstand ingediend nadat zijn Wajong-uitkering door het UWV was ingetrokken vanwege verblijf in Spanje. Hij stelt hierdoor zonder inkomen te zijn en in een schrijnende financiële situatie te verkeren. De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van de situatie.
Echter, op basis van het besluit van het UWV en de onderliggende rapportage blijkt dat verzoeker, zodra hij weer in Nederland verblijft, opnieuw aanspraak kan maken op een Wajong-uitkering. Dit vormt een voorliggende voorziening die passend en toereikend is, waardoor de aanvraag om bijstand terecht is afgewezen.
Daarom verwacht de voorzieningenrechter dat het primaire besluit in bezwaar stand zal houden en ziet geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de bijstand wordt afgewezen vanwege een passende voorliggende voorziening.