ECLI:NL:RBDHA:2020:5124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde beëindiging studie inwonende zoon
Eiseres ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Verweerder stelde vast dat haar zoon, die bij haar inwoont en studiefinanciering ontving, zijn studie per 18 september 2017 had beëindigd. Eiseres heeft dit niet gemeld, ondanks een expliciete inlichtingenverplichting. Hierdoor werd de kostendelersnorm met terugwerkende kracht toegepast en de bijstandsuitkering herzien en teruggevorderd.
Eiseres voerde aan dat zij niet wist dat haar zoon zelfstandig bijstand kon aanvragen en bepleitte een analoge toepassing van de gehuwdennorm met terugwerkende kracht. De rechtbank oordeelde dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat eiseres deze heeft geschonden. Verwijtbaarheid speelt daarbij geen rol.
De rechtbank zag geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, omdat eiseres geen bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt. De terugvordering en herziening zijn daarom rechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.