ECLI:NL:RBDHA:2020:5158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank verklaarde eerder het beroep tegen die afwijzing gegrond vanwege ondeugdelijke motivering van de ambtshalve toets aan artikel 8 EVRM Pro. Verweerder nam daarop een nieuw besluit waarin werd bevestigd dat geen aanleiding bestaat voor het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het uitoefenen van het familie- of gezinsleven.
Eiseres voerde aan dat zij aan de vereisten voldoet behalve het basisexamen inburgering en het mvv-vereiste, en dat verweerder geen 'fair balance' heeft gevonden in de belangenafweging. De rechtbank stelde vast dat er sprake is van gezinsleven tussen eiseres en haar Nederlandse echtgenoot, maar dat het verzoek om een verblijfsvergunning regulier niet aan de orde is, zodat toetsing aan die voorwaarden niet vereist is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante belangen heeft meegewogen en dat de weigering niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Verweerder mocht meewegen dat eiseres zonder vergunning in Nederland verbleef en het gezinsleven hier is gaan uitoefenen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat gezinsleven in Eritrea niet mogelijk is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM wordt ongegrond verklaard.