ECLI:NL:RVS:2019:1001
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris over mvv-vereiste bij gezinshereniging Somalische vreemdeling
De Somalische vreemdeling, sinds 2007 in Nederland verblijvend, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor gezinshereniging met haar Nederlandse partner. De staatssecretaris wees dit af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het mvv-vereiste niet in strijd was met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met haar persoonlijke omstandigheden, zoals de noodzaak om naar een ander land te reizen voor een mvv-aanvraag, haar gezondheidsproblemen en de onveilige situatie in Somalië. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet had beoordeeld of het onevenredig bezwarend zou zijn om vast te houden aan het mvv-vereiste, terwijl de vreemdeling aan alle materiële vereisten zou voldoen.
De Afdeling paste het arrest Yön van het Hof van Justitie toe, waarin werd bepaald dat het mvv-vereiste niet verder mag gaan dan noodzakelijk en dat bijzondere omstandigheden kunnen leiden tot vrijstelling. Omdat de staatssecretaris de beoordeling niet had herzien op basis van de nieuwe stukken, werd het besluit van 27 juli 2017 vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij toepassing van het mvv-vereiste in het kader van gezinshereniging.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering en toepassing van het evenredigheidsbeginsel.