ECLI:NL:RBDHA:2020:5159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag wegens Dublinverordening en meerderjarigheid
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 16 november 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-gegevens bleek dat hij eerder asielverzoeken had ingediend in Hongarije en Oostenrijk. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is volgens artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening. De Oostenrijkse autoriteiten hadden het verzoek tot terugname geaccepteerd.
Eiser stelde minderjarig te zijn, wat Nederland verantwoordelijk zou maken voor de asielprocedure. Verweerder baseerde zich echter op de registratie in Oostenrijk waarin eiser als meerderjarig staat vermeld. Een overgelegd document (taskera) was onvoldoende om de geregistreerde geboortedatum te betwisten, mede omdat het slechts een kopie was zonder echtheidsonderzoek. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van meerderjarigheid.
De rechtbank overwoog dat Oostenrijk met het claimakkoord van 16 januari 2020 de asielaanvraag in behandeling neemt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd om aan te tonen dat Oostenrijk zijn verplichtingen niet zou nakomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.