Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2015:674
Over het terugkeerbesluit
- verklaart het beroep tegen een terugkeerbesluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het risico dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken. Eiser betwistte de gronden voor bewaring, waaronder dat hij als asielzoeker niet op de voorgeschreven wijze kon inreizen en dat coronamaatregelen zijn meldplicht belemmerden. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden de gronden niet wegnemen en dat eiser zich niet aan het toezicht heeft onttrokken zonder geldige reden.
Daarnaast voerde eiser aan dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, zoals een meldplicht. De rechtbank stelde vast dat gezien de feiten en het langdurige verblijf van eiser in Europa zonder asielaanvraag, bewaring proportioneel en noodzakelijk was. Ook werd geoordeeld dat het gehoor voorafgaand aan de bewaring zorgvuldig was en het verdedigingsbeginsel niet was geschonden.
Ten slotte stelde eiser dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was vanwege coronamaatregelen, maar de rechtbank volgde dit niet omdat voor bewaring op grond van artikel 59b geen terugkeerbesluit of verwijderingsvooruitzicht vereist is. Het beroep tegen het terugkeerbesluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat een dergelijk besluit niet was genomen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk.