ECLI:NL:RBDHA:2020:5489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht op 24 maart 2020 om een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1973, wegens ernstige psychische problemen. De medische verklaring, zorgkaart, zorgplan en adviezen van betrokken psychiaters en de geneesheer-directeur vormden de basis van het verzoek. Betrokkene was niet bereid zich telefonisch te laten horen en verliet vroegtijdig de zitting.
Tijdens de zitting gaf de psychiater aan dat de toestand van betrokkene sterk verslechterd was, met aanhoudende psychose en weigering van medicatie. Familie bevestigde de ernstige situatie. De advocaat van betrokkene maakte geen bezwaar tegen de gevraagde verplichte zorg. De rechtbank erkende dat de behandeling van het verzoek na de wettelijke beslistermijn plaatsvond vanwege coronamaatregelen, maar verklaarde het verzoek ontvankelijk.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en bipolaire stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder agressie en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven voor verplichte zorg. De voorgestelde zorgvormen zijn evenredig en noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden en de autonomie van betrokkene te herstellen. De zorgmachtiging wordt daarom verleend voor de duur tot 12 december 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene tot 12 december 2020.