Uitspraak
rechtbank: blauwe plekken), soms gepaard gaande met verwondingen, aangetroffen. Als eerste wordt vermeld een zone met blauwe plekken en oppervlakkige snijwonden fronto-temporaal (
rechtbank: bovenop het hoofd) aangemerkt als nr. 1.
- op de rechterwang, zich uitstrekkend vanaf het rechteroog tot voor het rechteroor;
- aan de achterzijde van de oorschelp;
- op de linkerwang, onder het linker oog en zich uitstrekkend tot aan het linkeroor, met scheuring van het onderste gedeelte van de linker oorlel. Ook aan de achterzijde van het linkeroor wordt een scheuring aangetroffen;
- in de hoofdhuid, ter hoogte van het linkeroor;
- in de linker halsstreek;
- aan de boven-en onderlip, waar ook kleine scheuringen zichtbaar zijn;
- aan de basis van het linker ribbenrooster;
- aan de voorzijde van de rechterbovenarm;
- aan de binnenzijde van de rechterelleboog;
- aan de rechter bovenarm;
- aan de basis van de rechterduim;
- aan de linker voorarm;
- aan de achterzijde van de linkerarm;
- aan de linker pols;
- aan de linkerdij;
- op het achterhoofd.
rechtbank: twee blauwe ogen).
(rechtbank: een bloeding in de ruimte tussen de hersenen en de schedel).
- Daarna komen er nog wat ingaande oproepen binnen maar die worden doorgeschakeld naar de voicemail.
- De telefoon is niet in het huis van [slachtoffer] aangetroffen.
[medeverdachte 2]heeft verklaard dat het de bedoeling was dat [slachtoffer] door de GHB knock-out ging. Dat gebeurde niet. [verdachte] heeft toen [slachtoffer] op zijn hoofd gestompt en hem meerdere trappen gegeven. Daardoor raakte [slachtoffer] knock-out. Later kwam [slachtoffer] enigszins bij. [verdachte] was toen boven aan het zoeken. Hij, [medeverdachte 2] , moest van [verdachte] [slachtoffer] knock-out trappen. Hij heeft [slachtoffer] toen met zijn linker wreef een trap gegeven tegen zijn hoofd. Dat was niet hard. Toen kwam [verdachte] naar beneden en heeft [slachtoffer] verder knock-out getrapt.
[verdachte]ging [slachtoffer] niet knock-out van de GHB. Hij, [verdachte] , heeft [slachtoffer] toen een linkerhoek gegeven en met zijn linkerbeen een trap. Daarna ging hij, [verdachte] , naar boven om te zoeken. Hij heeft daarna gezien dat [medeverdachte 2] [slachtoffer] keihard heeft getrapt.
[medeverdachte 1]heeft verklaard dat zij heeft gezien dat zowel [verdachte] als [medeverdachte 2] [slachtoffer] heeft geschopt. Volgens haar waren de schoppen die [medeverdachte 2] gaf niet hard.
tweekeer in de woning van [slachtoffer] is geweest, eerst in gezelschap van [verdachte] en [medeverdachte 1] met de bedoeling om te zoeken naar spullen van [slachtoffer] die de eerste keer niet zouden zijn aangetroffen en daarna (uitsluitend) in gezelschap van [verdachte] , bij welke gelegenheid [slachtoffer] in de rug is gestoken. Er was, aldus [medeverdachte 2] , daarmee sprake van in totaal drie bezoeken aan het huis van [slachtoffer] : het eerste bezoek waarbij [slachtoffer] GHB is toegediend en de televisie is weggenomen, een tweede bezoek waarbij is gezocht naar andere goederen en een derde bezoek waarbij [slachtoffer] in de rug is gestoken. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben verklaard dat sprake was van slechts twee bezoeken: het bezoek waarbij de tv is weggenomen en het bezoek waarbij alleen [verdachte] en [medeverdachte 2] naar binnen zijn gegaan.
[medeverdachte 2]heeft verklaard dat toen men na het tweede bezoek aan [slachtoffer] wegreed zij na 100 meter moesten omkeren. Het was het idee van [verdachte] : hij moest dood. Hij zei in de auto meteen dat hij dood moest want hij kon praten. Toen zijn zij gekeerd. [medeverdachte 1] keerde gelijk de auto en zei: “doe het snel”. Zij bleef in de auto. Zij gaf aan dat ze in de auto bleef zodat zij snel weg konden rijden. Ze bleef staan met draaiende motor. Ze zei dat ze niet moesten vergeten de tape er af te halen in verband met vingerafdrukken. Een minuut voordat hij ( [medeverdachte 2] ) en [verdachte] de woning ingingen zei [verdachte] dat hij hem dood ging maken. [verdachte] heeft de woning opengemaakt met de sleutel. [verdachte] had de sleutels gevraagd aan [medeverdachte 1] . Deze heeft de sleutels overhandigd aan [verdachte] . Hij ( [medeverdachte 2] ) is mee naar binnen gelopen tot in de woonkamer, tot bij de keuken. [slachtoffer] lag nog op de grond. [verdachte] deed zijn handschoenen aan en liep naar [slachtoffer] toe. Hij ging op zijn knieën zitten bij [slachtoffer] . Hij had meerdere messen bij zich. Hij bukte voorover en daar staken de handvatten van de messen uit zijn binnenzak.
[verdachte]heeft verklaard dat de achtergrond van het laatste bezoek aan [slachtoffer] was gelegen in een discussie tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] over een sieradenkistje. [medeverdachte 1] zou hebben voorgesteld terug te gaan om dat kistje mee te nemen. [medeverdachte 1] bleef met haar auto bij de kerk staan. Zij haalde de sleutels van [slachtoffer] uit haar zak. [medeverdachte 2] ging naar binnen. Hij ( [verdachte] ) bleef buiten en hoorde gestommel. [medeverdachte 2] kwam naar buiten en zei: het is gebeurd. Hij ( [verdachte] ) is toen naar binnen gegaan en zag [slachtoffer] op zijn zij liggen met een mes in zijn rug. Toen is hij weggelopen. Daarna zijn ze met de auto teruggereden.
[medeverdachte 1]heeft verklaard dat zij met [verdachte] en [medeverdachte 2] is teruggegaan naar het huis van [slachtoffer] omdat [verdachte] zijn sigaretten was vergeten. Zij heeft met draaiende motor staan wachten toen [verdachte] en [medeverdachte 2] naar binnen gingen omdat zij haast had. Zij weet niets af van een moord of een plan daartoe.
[getuige 8] [39] verklaart dat [verdachte] , toen ter sprake kwam dat zij waren teruggegaan naar de woning, ineens zei: “hij was niet dood te krijgen die kankerlijer”. Dat zei hij echt letterlijk zo.
[getuige 5] [40] verklaart dat [verdachte] het een en ander heeft verteld in de woning van Robin. Hij had ruzie gekregen, hij was samen met [medeverdachte 2] . [verdachte] was naar binnen gegaan, [medeverdachte 2] moest buiten blijven wachten. [verdachte] vertelde dat hij hem had gestoken.
[getuige 6] [42] verklaart dat [verdachte] heeft gezegd “dat het niet meeviel om hem af te maken”. [verdachte] zei: “hij was moeilijk dood te krijgen”.
[getuige 9] [43] verklaart dat [verdachte] hem heeft verteld dat er problemen met iemand waren geweest en dat hij hem had doodgestoken.
- na vertrek uit de woning van [slachtoffer] na het tweede bezoek heeft [verdachte] in de auto te kennen gegeven dat [slachtoffer] dood moest omdat hij anders zou gaan praten. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben dat gehoord;
- [medeverdachte 1] heeft toen de auto gekeerd, is teruggereden en heeft de auto geparkeerd in de nabijheid van de woning van [slachtoffer] ;
- [medeverdachte 1] heeft aan [verdachte] de sleutels gegeven van de woning van [slachtoffer] en gezegd “doe het snel”, alsmede te kennen gegeven dat niet vergeten moest worden de tape er af te halen in verband met vingerafdrukken;
- [medeverdachte 1] is in of bij de auto blijven wachten met draaiende motor;
- in de woning heeft [verdachte] aan [slachtoffer] meerdere messteken toegebracht;
- [medeverdachte 1] is, met [verdachte] en [medeverdachte 2] als passagiers, teruggereden naar haar woning;
- [verdachte] heeft kort na het gebeurde aan [medeverdachte 2] en nog later aan diverse andere personen te kennen gegeven dat hij iemand had gestoken en/of dat het slachtoffer niet dood te krijgen was.
[medeverdachte 2]verklaart dat na het bezoek aan de woning van [slachtoffer] waarbij deze is gestoken, op de weg terug naar het huis van [medeverdachte 1] diverse goederen zijn weggegooid. Op een door [medeverdachte 2] aangewezen plaats, vlak voor een rotonde, is de auto gestopt en moest hij van [verdachte] een sleutel weggooien. Later is op een andere plaats gestopt om de mobiele telefoon weg te gooien. [verdachte] stapte uit en liep naar de sloot. Hij heeft toen de telefoon, die uit elkaar was gehaald, in de richting van de sloot gegooid.
[verdachte]verklaart dat er is gestopt om iets te dumpen.
[medeverdachte 1]verklaart dat [verdachte] en [medeverdachte 2] spullen hebben weggegooid.
diefstal met geweld, begaan in vereniging, heeft de wetgever als maximumstraf een gevangenisstraf van vijftien jaren vastgesteld. Binnen de rechtspraak bestaan voor dit misdrijf landelijke oriëntatiepunten, dat wil zeggen: uitgangspunten voor de strafoplegging in een concreet geval. Voor een diefstal met geweld die als woningoverval is aan te merken en waarbij meer geweld dan een enkele ruk of duw is gebruikt, geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van vijf jaren. Daarbij kunnen strafvermeerderende factoren onder andere zijn: de kwetsbaarheid van het slachtoffer, de aard en ernst van het letsel en het samenwerkingsverband.
wederrechtelijke vrijheidsberovingheeft de wetgever als maximumstraf een gevangenisstraf van acht jaren vastgesteld. Binnen de rechtspraak bestaan voor dit misdrijf geen landelijke oriëntatiepunten. De hiervoor in de praktijk opgelegde gevangenisstraffen verschillen in hoogte en zijn sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In aanmerking genomen de omstandigheden van de vrijheidsbeneming van [slachtoffer] , die was bedoeld om hem te beletten hulp in te roepen in zijn zeer kritieke situatie, en de rol van de verdachte hierin, die het initiatief nam en [slachtoffer] feitelijk heeft vastgebonden, is een gevangenisstraf van twee jaren op zijn plaats.
Moordbehoort tot de zwaarste categorie strafbare feiten die de wet kent. De wetgever heeft voor dit misdrijf als maximumstraf levenslange gevangenisstraf vastgesteld of een tijdelijke gevangenisstraf van dertig jaren. De achtergrond daarvan is, dat door dit misdrijf niet alleen aan iemand het recht op leven wordt ontnomen, maar dat dit ook gebeurt ingevolge een tevoren daartoe beraamd plan. Het gedrag dat tot toepassing van deze strafbepaling leidt, kan vele verschillende vormen aannemen zodat in ieder concreet geval dient te worden nagegaan welke mate van ernst daaraan uit een oogpunt van straftoemeting moet worden toegekend. Binnen de rechtspraak bestaan voor dit misdrijf dan ook geen landelijke oriëntatiepunten. Dat neemt niet weg dat de rechtbank zich dient te beraden op een algemeen vertrekpunt dat als basis kan dienen voor een beslissing omtrent de strafmaat in een concrete zaak. Daarvoor is onder meer van belang het kennisnemen van beslissingen omtrent straffen die in het recente verleden zijn opgelegd voor een enkelvoudige moord. Hoewel de rechtbank zich realiseert dat iedere zaak uniek is en het in die zin lastig is om te vergelijken met andere zaken, lijkt het erop dat tegenwoordig doorgaans voor een enkelvoudige moord een gevangenisstraf wordt opgelegd van tussen de achttien en tweeëntwintig jaren. De rechtbank verwijst daartoe naar twee recente uitspraken, te weten die met betrekking tot de moord op een zakenman in Bilthoven, waarvoor een gevangenisstraf van twintig jaren is opgelegd (Hof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2019:2508, cassatieberoep verworpen bij ECLI:NL:HR:2020:914), en die welke ziet op een liquidatie in Leiden, waarvoor een gevangenisstraf van tweeëntwintig jaren is opgelegd (Hof Den Haag ECLI:NL:GHDHA:2019:1975, cassatieberoep verworpen bij ECLI:NL:HR:2020:540). De rechtbank zal dit dan ook als uitgangspunt nemen, en wijkt daarbij af van het niet (in elk geval niet door verwijzing naar vergelijkbare zaken) gemotiveerde standpunt van de officier van justitie ter terechtzitting.
persoonlijke omstandighedenvan de verdachte overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank heeft acht geslagen op zijn strafblad, gedateerd 4 mei 2020. Daaruit blijkt dat de verdachte herhaaldelijk is veroordeeld, onder meer voor vermogens- en geweldsdelicten, zij het van aanzienlijk mindere ernst dan de delicten in de onderhavige zaak. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van een reclasseringsadvies, gedateerd 19 september 2019. Tenslotte heeft de rechtbank kennisgenomen van rapportages van persoonlijkheidsonderzoeken verricht in het kader van een andere strafzaak tegen de verdachte. Daarin staat dat de verdachte destijds -in 2014- leed aan een persoonlijkheidsstoornis, een verstandelijke beperking op zwakbegaafd niveau, kenmerken van ADHD en een ernstige en langdurige verslaving aan stimulantia, opiaten, sedativa en alcohol.
conclusieis dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van dertig jaren zal worden opgelegd.
30 (DERTIG) JAREN;