ECLI:NL:HR:2020:540

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2020
Publicatiedatum
26 maart 2020
Zaaknummer
19/03640
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen moord in Leiden

De zaak betreft een liquidatie op klaarlichte dag in een woonwijk in Leiden, waarbij verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van moord. Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 juli 2019 een arrest gewezen waarin verdachte werd veroordeeld. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld door de verdachte.

In cassatie heeft de verdediging diverse klachten ingediend, waaronder over het bewijs van medeplegen en de motivering van het hof met betrekking tot de gevorderde materiële en immateriële schade. De benadeelde partij heeft eveneens een cassatiemiddel voorgesteld.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Het arrest van de Hoge Raad is op 21 april 2020 gewezen door de vice-president J. de Hullu en raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor het hofarrest in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03640
Datum21 april 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2019, nummer 22-001783-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij K. Er heeft F.J.M. Hamers, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadslieden van de verdachte hebben een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 april 2020.