ECLI:NL:RBDHA:2020:5646
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op niet-ontvankelijkheid vierde asielaanvraag wegens te late indiening asielmotief
Eiser heeft in zijn vierde asielprocedure aangevoerd slachtoffer te zijn van mensenhandel door de Black Axe Confraternity en vreest voor zijn leven bij terugkeer naar Nigeria.
De staatssecretaris heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat dit asielmotief eerder naar voren had moeten worden gebracht. De rechtbank oordeelt dat dit standpunt terecht is, aangezien eiser vanaf de eerste procedure wist dat hij niet in Nederland kon blijven en niet begrijpelijk is waarom hij het motief niet eerder heeft genoemd.
De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat de vrees van eiser niet reëel is, mede omdat hij zijn verklaringen onvoldoende heeft onderbouwd. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de vierde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.