ECLI:NL:RBDHA:2020:5764
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de gemeente om haar aanvraag voor maatschappelijke opvang af te wijzen. Zij vreesde dakloos te worden met haar minderjarige kinderen en stelde dat zij geen opvang meer kon vinden binnen haar netwerk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een zodanig spoedeisend belang dat niet kon worden gewacht op de uitkomst van de bezwaarprocedure. Verzoekster had onvoldoende onderbouwd dat zij geen opvang meer kon vinden en de gemeente had toegezegd opvang te regelen mocht zij daadwerkelijk dakloos worden.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en bepaalde dat verzoekster geen griffierecht hoefde te betalen wegens betalingsonmacht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.