ECLI:NL:RBDHA:2020:5765
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening pgb in Wmo-zorg wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk om haar een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura toe te kennen onder de Wmo 2015, in plaats van een persoonsgebonden budget (pgb).
Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat haar zoon de zorg niet meer kan verlenen zonder pgb en dat zorg in natura niet passend is vanwege het ontbreken van een vertrouwensband en angst voor besmetting met corona.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is, aangezien verzoekster ondanks het ontbreken van een pgb nog zorg ontvangt van haar zoon en zij contact kan opnemen met een Wmo-consulente voor passende zorgverleners. Er is geen sprake van een levensbedreigende of onomkeerbare situatie.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.