ECLI:NL:RBDHA:2020:5802
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op verblijfsvergunning na vertrek met onbekende bestemming
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan in Nederland. De Staatssecretaris verklaarde haar aanvraag niet-ontvankelijk omdat zij al een geldige verblijfsvergunning in Italië had en het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing was.
Eiseres vertrok echter op 30 maart 2020 met onbekende bestemming uit de opvang van het COA, waarna haar gemachtigde geen contact meer met haar had. Ondanks haar zwangerschap en mogelijke medische complicaties oordeelde de rechtbank dat zij geen procesbelang meer had omdat zij geen contact onderhield en niet bekend was waar zij verbleef.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie dat vertrek met onbekende bestemming impliceert dat de vreemdeling geen prijs stelt op bescherming in Nederland. Medische omstandigheden en mogelijke mensenhandel werden onvoldoende concreet bevonden om anders te beslissen.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Banga en griffier E. de Jong, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.