ECLI:NL:RBDHA:2020:6194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande, maar verweerder stelde na een anonieme melding dat zij samenwoonde met de heer [A]. Na onderzoek, waaronder huisbezoek en gesprekken, concludeerde verweerder dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding, wat leidde tot beëindiging van de uitkering per 20 december 2018.
Eiseres betwistte de gezamenlijke huishouding en voerde aan dat [A] slechts op haar dochtertje paste vanwege diens kwetsbare gezondheid. Ook stelde zij dat zij de gemeente had geïnformeerd over haar situatie en dat verweerder onvoldoende rekening hield met bijzondere omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat op grond van de erkenning van twee kinderen en de verklaringen van partijen en bevindingen tijdens het huisbezoek, het zwaartepunt van het leven van [A] bij eiseres lag. De reden van zijn verblijf was niet relevant voor de beoordeling van de gezamenlijke huishouding. Eiseres had haar inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden, ongeacht haar persoonlijke omstandigheden.
Daarom was het besluit tot intrekking van de bijstand terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard wegens schending van de inlichtingenplicht.