ECLI:NL:RBDHA:2020:6205
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening omzettingsvergunning wegens ontbreken spoedeisend belang
Bij besluit van 26 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan een derde-partij een omzettingsvergunning verleend voor het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte voor zes bewoners. Verzoekers maakten hiertegen bezwaar en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee het besluit zou worden geschorst totdat op het bezwaar is beslist.
De vergunninghouder heeft echter per e-mail aan het college en de voorzieningenrechter toegezegd geen gebruik te zullen maken van de omzettingsvergunning totdat op het bezwaar is beslist. Verzoekers handhaafden hun verzoek om voorlopige voorziening omdat zij onvoldoende vertrouwen hadden in de toezegging, mede vanwege het voortduren van werkzaamheden in de woning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestond voor het treffen van een voorlopige voorziening. De toezegging van de vergunninghouder om geen gebruik te maken van de vergunning werd als voldoende waarborg gezien. Het voortzetten van werkzaamheden en het werven van huurders werd niet als onomkeerbare gevolgen aangemerkt. Ook was er geen aanleiding om het besluit te schorsen wegens onrechtmatigheid.
De voorzieningenrechter wees het verzoek dan ook af en legde geen proceskostenveroordeling op. Deze uitspraak werd gedaan op 8 juli 2020 door rechter A.E. Dutrieux.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omzettingsvergunning wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.