Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
ex art. 1:377a BW)
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om toestemming te verlenen voor wijziging van het verblijf van een minderjarige die sinds langere tijd bij pleegouders woont, naar de moeder. De minderjarige verblijft sinds 4 juni 2020 bij de moeder, omdat overleg met de pleegouders over een opbouwschema niet mogelijk was. De pleegouders hebben zich niet constructief opgesteld en belemmeren het terugkeertraject.
De kinderrechter stelt vast dat de minderjarige ten minste een jaar door de pleegouders is opgevoed en verzorgd, waardoor toestemming ex art. 1:265i BW vereist is. Gezien het belang van de minderjarige en het advies van deskundigen dat een thuisplaatsing kansrijk is, wordt de wijziging van verblijf toegewezen. De kinderrechter benadrukt het belang van rust en duidelijkheid voor de minderjarige.
Daarnaast wordt een contactregeling vastgesteld om het contact tussen minderjarige en pleegouders te waarborgen, met ten minste wekelijks telefonisch contact en het streven naar een weekendregeling eens per twee weken. Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen omdat voldoende deskundigen betrokken zijn. De kinderrechter doet een dringend beroep op alle partijen om hun strijd te staken en mee te werken aan het welzijn van de minderjarige.
Uitkomst: Toestemming verleend voor wijziging verblijf naar moeder met vaststelling contactregeling met pleegouders.