ECLI:NL:RBDHA:2020:6226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
Eiser had toestemming om werkzaamheden te verrichten voor een particuliere beveiligingsorganisatie, maar deze toestemming werd ingetrokken door verweerder op grond van onvoldoende betrouwbaarheid. Dit volgde op een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie wegens het opzettelijk beledigen van een ambtenaar tijdens een kaartcontrole in de trein.
Eiser voerde aan dat het misdrijf niet ernstig genoeg was om hem onbetrouwbaar te achten en dat hij integer had gehandeld door zijn spijt te betuigen. Ook stelde hij dat hij al jaren zonder problemen in de beveiligingsbranche werkte en dat zijn voormalige werkgever positief over hem was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de betrouwbaarheid van eiser in twijfel trok gezien het feit dat eiser zonder vervoersbewijs in de trein zat, de conducteur herhaaldelijk beledigde en de confrontatie bleef zoeken. Dit gedrag werd als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde aangemerkt, passend bij de hoge eisen die aan beveiligingsmedewerkers worden gesteld.
Hoewel rekening werd gehouden met de spijtbetuiging en positieve verklaringen, woog het maatschappelijke belang van een betrouwbare beveiligingsbranche zwaarder. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig was genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende betrouwbaarheid van eiser.