ECLI:NL:RBDHA:2020:6266
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres, een Chinese nationaliteit, diende op 20 mei 2019 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel arbeid als kennismigrant. De staatssecretaris stuurde kennisgevingen op 22 en 27 mei 2019 waarin werd aangegeven geen bezwaar te hebben tegen afgifte van de mvv, maar deze kennisgevingen werden niet als een besluit op de aanvraag aangemerkt.
Eiseres stelde de staatssecretaris op 19 juli en 22 augustus 2019 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Op 24 oktober 2019 stelde zij beroep in tegen het uitblijven van een beslissing. Uiteindelijk werd op 28 januari 2020 een afwijzend besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat de kennisgevingen niet als een besluit tot inwilliging gelden en dat de staatssecretaris de beslistermijn van negentig dagen heeft overschreden.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris een dwangsom verschuldigd is van €1.442,- wegens de overschrijding. Het verzoek om een voorlopige voorziening om de mvv-sticker te plaatsen wordt afgewezen omdat bezwaar en beroep tegen het besluit openstaan. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen en stelt de dwangsom vast op €1.442,-.