ECLI:NL:RBDHA:2020:6326
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na beslissing op beroep
Verzoeker, van Burundese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk bij besluit van 5 mei 2020. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak via een Skype-verbinding op 23 juni 2020. Tijdens de behandeling werd vastgesteld dat de rechtbank inmiddels op het beroep had beslist in zaaknummer NL20.10132.
Omdat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist, wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, en er stond geen rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.