ECLI:NL:RBDHA:2020:6333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 3.6ba Vreemdelingenbesluit bij asielaanvraag na terugkeer naar land van herkomst
Eiser, die in de jaren negentig als minderjarige een asielaanvraag deed die onherroepelijk werd afgewezen, keerde in 2005 terug naar Bosnië-Herzegovina. In 2015 diende hij opnieuw een asielaanvraag in, stellende dat hij vanwege doofstomheid en discriminatie in zijn land van herkomst niet kan terugkeren. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en paste artikel 3.6ba van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet toe, omdat eiser eerder een asielaanvraag had gedaan.
De rechtbank stelt vast dat eiser na zijn eerdere afwijzing is teruggekeerd naar zijn land van herkomst en dat de huidige aanvraag daarom als een eerste aanvraag moet worden aangemerkt volgens artikel 3.6ba Vb 2000. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte deze bepaling niet heeft toegepast en dat de schrijnende omstandigheden van eiser alsnog beoordeeld moeten worden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het artikel 3.6ba niet toepaste en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Verweerder moet een nieuw besluit nemen over de toepassing van artikel 3.6ba, maar niet over de asielaanvraag zelf. Het hoger beroep staat open bij de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover artikel 3.6ba Vb 2000 niet is toegepast en verweerder moet een nieuw besluit nemen over de schrijnende omstandigheden van eiser.