Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres 1] , (eiseres 1)
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
De beroepsgrond slaagt niet.
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen van Ethiopische nationaliteit en familieleden van een persoon met een verblijfsvergunning asiel, vroegen om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis en verblijf bij familie op grond van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris wees deze aanvragen af omdat eiseres 1 haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt, waardoor ook de identiteit van haar kinderen niet kon worden vastgesteld. Hierdoor kon de gezinsband niet worden beoordeeld.
Eisers stelden dat verweerder in het kader van het hogere belang van de kinderen nader onderzoek had moeten doen, zoals DNA-onderzoek, en dat sprake was van bewijsnood. Verweerder stelde dat eisers niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij documenten konden overleggen en dat er voldoende gelegenheid was geboden om documenten aan te leveren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen bewijsnood aannam en dat eisers onvoldoende onderbouwden waarom zij niet in staat waren documenten te verkrijgen. Ook het betoog dat eiseres 1 was opgepakt en daardoor geen contact mogelijk was, bracht geen ander oordeel. De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat het bezwaar terecht kennelijk ongegrond was verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit.