ECLI:NL:RBDHA:2020:6551
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet
Eiser, een asielzoeker van Rwandese nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn medische situatie, waaronder PTSS en andere psychische klachten. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat eiser in staat is te reizen en dat er geen sprake is van een medische noodsituatie.
Eiser voerde aan dat verweerder zijn vergewisplicht niet had nageleefd en dat het BMA nader onderzoek had moeten verrichten vanwege twijfel over de medische situatie. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich terecht baseerde op het meest recente en volledige BMA-advies en dat eiser geen concrete aanknopingspunten had aangevoerd om aan de juistheid of volledigheid van het advies te twijfelen.
Daarnaast stelde eiser dat de hoorplicht was geschonden, maar de rechtbank vond dat verweerder mocht afzien van horen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang was komen te vervallen door de beslissing in de hoofdzaak.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.