ECLI:NL:RBDHA:2020:6588
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Mauritaanse burger wegens onvoldoende bewijs slavernij en medische noodsituatie
Eiser, een burger van Mauritanië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bewering dat hij als slaaf was geboren en mishandeld werd. Verweerder wees het verzoek af wegens onvoldoende bewijs van de slavernijstatus en medische noodsituatie. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen registertolk gebruikte en dat de ongeloofwaardigheid van de slavernijclaim terecht is vastgesteld op basis van algemene landeninformatie en inconsistenties in eisers verklaringen.
Eiser leverde medische stukken aan en stelde dat zijn situatie een medische noodsituatie op korte termijn oplevert. Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat, ondanks aanwezige klachten zoals PTSS en suïcidegedachten, geen acute medische noodsituatie bestaat. De rechtbank acht het BMA-advies zorgvuldig en actueel, ook na inbreng van aanvullende medische documenten.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij slaaf was of dat zijn medische situatie een verblijfsrecht rechtvaardigt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.