ECLI:NL:RBDHA:2020:6618
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen atheïsme
Eiser, een Iraakse nationaliteit, heeft sinds zijn binnenkomst in Nederland in 2008 meerdere asielaanvragen ingediend, waaronder een zesde aanvraag waarin hij stelde afvallig te zijn van de islam en een atheïstische overtuiging te hebben aangenomen. Deze aanvraag werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid, en deze beslissing werd bevestigd door hogere instanties.
In februari 2020 diende eiser een zevende asielaanvraag in, met nieuwe documenten van het Atheïstisch Verbond en een brief van zijn gemachtigde waarin een verdieping van zijn atheïstische overtuiging werd gesteld. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe elementen of bevindingen waren die relevant zijn voor de beoordeling.
De rechtbank oordeelt dat de overgelegde verklaringen en documenten geen nieuwe feiten bevatten die afwijken van eerdere procedures, maar slechts een alternatieve beoordeling vormen van reeds bekende informatie. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die een eerste aanvraag rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het horen van eiser heeft achterwege gelaten en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier J. Loonstra-Hoekstra op 13 juli 2020.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken van nieuwe relevante elementen.