ECLI:NL:RBDHA:2020:6753
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om urgentieverklaring woning vanwege onvoldoende onderbouwing en alternatieven
Verzoekster heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring afgewezen gekregen door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Na meerdere besluiten waarin de aanvraag werd afgewezen, heeft verzoekster bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij het huisvestingsprobleem niet op een andere wijze kan oplossen, zoals verhuizen naar een krimpregio. Ook is onvoldoende onderbouwd dat het noodzakelijk is om in de omgeving Den Haag te blijven vanwege de behandeling van haar zoon met autisme. Verzoekster heeft onvoldoende bewijs geleverd dat er geen alternatieve zorg of woningen beschikbaar zijn in andere regio's.
Verder is de hardheidsclausule door verweerder niet toegepast, wat de voorzieningenrechter voorlopig niet onredelijk acht, mede gezien de beperkte beschikbaarheid van sociale huurwoningen en het belang van gelijke behandeling van woningzoekenden.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt dat deze uitspraak een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot urgentieverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en beschikbare alternatieven.