ECLI:NL:RBDHA:2020:6874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregel verlaging bijstandsuitkering wegens eigen toedoen en hoorrecht
Eiser heeft een bijstandsuitkering aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf 10 maart 2019 nadat zijn arbeidsovereenkomst als beveiliger was beëindigd vanwege intrekking van zijn beveiligingsmachtiging door de politie. Verweerder kende de bijstand toe, maar legde een maatregel op van 100% verlaging van de bijstand voor één maand omdat eiser volgens verweerder door eigen toedoen zijn baan had verloren.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord bij het primaire besluit en dat de maatregel onvoldoende rekening hield met zijn financiële situatie. De rechtbank oordeelde dat het verzuim om eiser te horen in bezwaar is hersteld, omdat hij daar alsnog in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze te geven.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid heeft gehandeld bij het opleggen van de maatregel en dat eiser onvoldoende dringende redenen had aangevoerd om de maatregel af te stemmen op zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de maatregel verlaging van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.