ECLI:NL:RBDHA:2020:6875
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep in bijstandszaak
Verzoekster maakte bezwaar tegen het niet uitvoeren van een besluit over bijstand en ontving een ontvangstbevestiging waarin werd aangegeven dat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding. Zij stelde dat deze brief onduidelijk was en vorderde vergoeding van proceskosten na intrekking van haar beroep en verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief slechts een ontvangstbevestiging betrof en geen ondubbelzinnige beslissing. Bovendien bood verweerder verzoekster de mogelijkheid om aannemelijk te maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, waardoor geen sprake was van tegemoetkoming.
Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Tevens werd verzoekster vrijgesteld van het betalen van griffierecht wegens betalingsonmacht. De uitspraak werd gedaan op 8 juli 2020 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen na intrekking van het beroep en verzoek om voorlopige voorziening.