Eiseres heeft een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen voor de aanschaf van een scootmobiel en een vergoeding voor onderhoud en verzekering. Zij maakte bezwaar tegen de hoogte van de vergoedingen voor onderhoud en verzekering, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelt dat eiseres te laat bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit waarin de onderhouds- en verzekeringskosten zijn vastgesteld. De door eiseres aangevoerde omstandigheden bieden geen grond voor termijnverschoonbaarheid. Een e-mail van de echtgenoot van eiseres wordt niet als bezwaarschrift aangemerkt.
Het beroep tegen het bestreden besluit is daarom ongegrond verklaard. De rechtbank gaat niet in op de inhoudelijke argumenten over de hoogte van de onderhouds- en verzekeringskosten. Het beroep tegen het pgb-bedrag voor de scootmobiel zelf slaagt niet, omdat dit niet onderdeel is van het bestreden besluit.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.B. Wijnholt op 9 juli 2020.