Eiseres B.V. is door het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas op grond van een last onder dwangsom verplicht om het huisvesten van arbeidsmigranten in recreatieverblijven op een recreatiepark te staken. Na constatering van overtredingen in negen verblijven heeft verweerder €180.000,- aan dwangsommen ingevorderd. Eiseres betoogde dat de dwangsommen onterecht zijn en dat zij onder druk van andere partijen opnieuw arbeidsmigranten huisvestte, terwijl alleen zij werd aangeslagen. Tevens stelde zij dat het handhavend optreden het park financieel zou schaden en dat zij mocht vertrouwen op een beleidswijziging.
De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit onherroepelijk is en dat in deze procedure alleen het besluit tot invordering van de dwangsommen aan de orde is. De overtredingen zijn niet betwist, waardoor de invordering terecht is. De stellingen over druk vanuit de markt, het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slagen niet, mede omdat ook andere betrokken partijen zijn aangesproken en er geen toezeggingen zijn gedaan die het vertrouwen van eiseres rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukt dat het belang van invordering zwaarwegend is en dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die invordering in dit geval onredelijk maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.