Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
X. tegen België(ECLI:EU:C:2019:830) volgt dat de herkomst van de inkomsten geen beslissend criterium is, dat inkomsten van derden niet kunnen worden uitgesloten mits die vast, regelmatig en voldoende zijn en dat het juridisch bindende karakter van een verbintenis waaruit inkomsten worden verkregen een belangrijk gegeven is. Niet in geschil is dat de door eiseres overgelegde garantieovereenkomst te gelden heeft als een naar Nederlands burgerlijk recht bindende overeenkomst. Uit deze overeenkomst is af te leiden dat referent inkomen uit opdrachten van ‘[naam onderneming 2]’ zal ontvangen voor zover zijn eigen omzet minder is dan 2000 euro bruto per maand. Dit bedrag ligt hoger dan het normbedrag voor zelfstandig ondernemers per 1 juli 2019 van 1766,45 euro inclusief vakantiegeld per maand. Ook is uit deze overeenkomst af te leiden dat dit het geval zal zijn tot meer dan een jaar na het tijdstip waarop het bestreden besluit is gegeven. Dit alles heeft verweerder niet terzijde mogen leggen met de enkele opmerking dat niet duidelijk is op welke werkzaamheden de garantieovereenkomst precies ziet.
Khachab(ECLI:EU:C:2016:285) volgt dat bij het onderzoeken van de aanvraag een evenwichtige en redelijke beoordeling van alle in het geding zijnde belangen moet worden gemaakt. Ook volgt uit dit arrest dat het in dat licht redelijk is om te beoordelen of er in het jaar dat volgt op de indiening van de aanvraag stabiele en regelmatige inkomsten voor de gezinshereniger en de gezinsleden blijven bestaan, waarbij deze beoordeling wordt gebaseerd op de inkomenspositie van de gezinshereniger in de zes maanden voorafgaand aan de aanvraag.