ECLI:NL:RBDHA:2020:705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting na FIOD-onderzoek naar gefingeerde aftrekposten
Eiser heeft voor de jaren 2014 en 2015 navorderingsaanslagen IB/PVV ontvangen vanwege vermoedens van gefingeerde aftrekposten. Verweerder startte een onderzoek naar de gemachtigde van eiser na signalen over onjuiste aangiften. De FIOD voerde een chikwadraattoets uit die een sterk vermoeden van gefingeerde bedragen opleverde. De rechtbank acht dit een nieuw feit voor 2014, maar niet voor 2015, waar navordering alleen gerechtvaardigd is bij kwade trouw.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen bewijsstukken overlegt voor de opgevoerde specifieke zorgkosten en giften, ondanks meerdere kansen. De aftrekposten worden daarom terecht gecorrigeerd. De hoorplicht is niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en eiser geen nadere onderbouwing gaf.
De rechtbank wijst erop dat de kwade trouw van de gemachtigde aan eiser wordt toegerekend. De navordering voor 2015 is daarom ook gerechtvaardigd. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen worden ongegrond verklaard en de aftrekposten worden gecorrigeerd wegens gebrek aan bewijs en kwade trouw.