ECLI:NL:RBDHA:2020:7185
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en nationaliteit
Eiser, afkomstig uit een gebied dat historisch tot Somalië behoort maar gelegen is in Ethiopië, heeft een asielaanvraag ingediend wegens vrees voor rebellen en autoriteiten. Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk kon maken.
De rechtbank overweegt dat het enkel spreken van de Somalische taal en het geven van geografische details onvoldoende is om de identiteit en nationaliteit te bewijzen. Bovendien was de ingebrachte Ethiopische identiteitskaart vermoedelijk niet authentiek en waren er tegenstrijdige verklaringen over het bezit van een paspoort.
Een taalanalyse zou slechts indicatief zijn voor herkomstgebied en niet voor nationaliteit, en de rechtbank ziet geen reden dat verweerder dit had moeten aanbieden. Gezien de vaste jurisprudentie kan bij twijfel over identiteit en nationaliteit het asielrelaas verder buiten beschouwing blijven.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en nationaliteit.