ECLI:NL:RBDHA:2020:7188
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris in faillissementsprocedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris in een faillissementszaak, naar aanleiding van een zitting op 3 maart 2020 die zonder zijn aanwezigheid doorging. Verzoeker stelde dat de rechter-commissaris vooringenomen was en zijn recht op verdediging had geschonden.
De rechtbank overwoog dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt verhinderd te zijn voor de wrakingszitting en dat procedurele beslissingen, zoals het doorgaan van een zitting zonder verzoeker, in principe geen wrakingsgrond vormen. Bovendien was verzoeker op de hoogte gesteld van de zitting en was er haast geboden vanwege de ontruiming van zijn woning.
De rechtbank concludeerde dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor vooringenomenheid van de rechter-commissaris. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak werd voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.