ECLI:NL:RBDHA:2020:7189
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen wrakingskamer wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer die de eerste wrakingsprocedure behandelde, waarbij hij eerder een wrakingsverzoek had ingediend tegen de rechter in de hoofdzaak. Het nieuwe verzoek baseert zich op vergelijkbare feiten en omstandigheden, met name procedurele beslissingen zoals de afwijzing van verzoeken om uitstel en meer spreektijd.
De rechtbank stelt dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij gegronde vrees voor partijdigheid, welke moet worden onderbouwd met concrete omstandigheden. Het wrakingsprotocol van de rechtbank Den Haag bepaalt dat een wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer zelf kan worden afgewezen zonder zitting als het gebaseerd is op dezelfde feiten als het eerdere verzoek tegen de hoofdzaak of op feiten die voor elke wrakingskamer gelden.
Gezien de aard van het verzoek en de toepasselijke regels, oordeelt de wrakingskamer dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het af zonder behandeling ter zitting. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer wordt afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.