ECLI:NL:RBDHA:2020:7190
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens misbruik van recht in strafzaak over klaagschrift teruggave inbeslaggenomen goederen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die het klaagschrift ex artikel 552a Sv behandelde, waarin hij teruggave van inbeslaggenomen goederen vorderde. Hij stelde dat de rechter vooringenomen was vanwege het niet honoreren van een aanhoudingsverzoek, het verbod op het gebruik van het woord "pulsen" en vermeende onvoldoende kennis van zaken.
De wrakingskamer oordeelde dat procedurele beslissingen zoals het niet honoreren van een aanhoudingsverzoek in beginsel geen wrakingsgrond vormen, tenzij sprake is van duidelijke aanwijzingen voor vooringenomenheid, wat hier niet het geval was. Het verzoek om het woord "pulsen" niet te gebruiken werd niet als vooringenomenheid gezien, en de vermeende verwarring tussen civiel- en strafrechtelijk beslag door de rechter werd onvoldoende onderbouwd.
Verzoeker werd correct opgeroepen voor de mondelinge behandeling en kreeg de mogelijkheid telefonisch gehoord te worden, maar maakte hiervan geen gebruik. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek misbruik van recht betrof, bedoeld om de procedure te vertragen, en wees het verzoek af. Tevens werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet meer in behandeling wordt genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens misbruik van recht en gebrek aan gegronde wrakingsgronden.