ECLI:NL:RBDHA:2020:7277
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft zich op 18 september 2018 ziek gemeld wegens toegenomen psychische en lichamelijke klachten, terwijl hij een Werkloosheidswet-uitkering ontving. Verweerder weigerde een Ziektewet-uitkering toe te kennen, omdat uit medisch onderzoek bleek dat eiser geschikt bleef voor de functies die bij zijn WIA-beoordeling in 2015 waren vastgesteld.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn toegenomen beperkingen en dat er geen informatie was ingewonnen bij zijn behandelaars. De verzekeringsarts b&b bevestigde echter dat eiser geschikt was voor zijn arbeid en dat de medische rapporten zorgvuldig, eenduidig en begrijpelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling juist was uitgevoerd en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de beoordeling onjuist was. Hoewel eiser beperkingen heeft, betekent dit niet dat hij niet kan werken. De rechtbank concludeerde dat eiser per 18 september 2018 in staat was om arbeid te verrichten en wees het beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Munsterman op 21 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een Ziektewet-uitkering bevestigd.