ECLI:NL:RBDHA:2020:7349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen asielaanvraag tijdens coronacrisis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder erkende de overschrijding van de beslistermijn, maar verweerde zich met de uitzonderlijke situatie door het coronavirus, waardoor in de periode van 16 maart tot 16 mei 2020 geen besluit kon worden genomen.
De rechtbank oordeelt dat ondanks de coronacrisis verweerder in gebreke is gebleven en dat het beroep gegrond is. De periode van overmacht leidt niet tot het vervallen van de dwangsom, maar wel tot een aangepaste termijn voor het nemen van een besluit. De rechtbank stelt vast dat de maximale dwangsom van € 1.442,- is verbeurd en legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag gesteld voor het geval verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres. De uitspraak houdt rekening met het beginsel van zorgvuldige besluitvorming en de capaciteitsproblemen bij de IND door de coronacrisis.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt de dwangsom vast en legt een verkorte beslistermijn met dwangsom op.