Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[minderjarige],
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de niet tijdige beslissing op haar asielaanvraag. Eerder had de rechtbank Amsterdam het niet tijdig beslissen gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen binnen zeven weken een besluit te nemen. De staatssecretaris nam vervolgens een besluit dat later werd ingetrokken.
De rechtbank Den Haag constateert dat de beslistermijn van 17 maart 2020 is overschreden en dat de staatssecretaris dit erkent. Gezien de intrekking van het besluit kon van eiseres niet worden gevergd de staatssecretaris in gebreke te stellen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt daarom gegrond verklaard.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Een verzoek tot vaststelling van een dwangsom wordt afgewezen en de rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de betaling van een eerder opgelegde dwangsom. De proceskosten worden aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen.