ECLI:NL:RBDHA:2020:7435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt afwijkende beslistermijn vast voor asielaanvraag wegens niet tijdig beslissen
Eiseres diende op 6 februari 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden een besluit genomen, waarop eiseres verweerder in gebreke stelde en vervolgens beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat de uitbraak van het coronavirus geen reden is om de termijn te verlengen. Gezien de capaciteitsproblemen en de verhoogde instroom acht de rechtbank dit een bijzonder geval en legt daarom een afwijkende beslistermijn op.
De rechtbank bepaalt dat verweerder uiterlijk binnen 13 weken na verzending van het vonnis een besluit moet nemen, omdat de maximale termijn van 21 maanden (zoals bepaald in het Unierecht en bevestigd door jurisprudentie) op 6 november 2020 wordt overschreden. Bij overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €262,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.P. Hameete en griffier R. Groeneveld, en is vanwege de coronamaatregelen niet openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank legt een afwijkende beslistermijn van 13 weken op en stelt een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.