ECLI:NL:RBDHA:2024:16553
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen beslistermijn in zaak niet tijdig beslissen asielaanvraag
Opposant diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 24 december 2022. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en legde een beslistermijn op tot uiterlijk 19 november 2024. Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in, waarbij hij betwistte dat de beslistermijn pas na 21 maanden ingaat en stelde dat een termijn van acht weken na de uitspraak passend zou zijn.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetprocedure uitsluitend of het eindoordeel van de eerdere uitspraak terecht buiten redelijke twijfel is genomen. Opposant richt zich niet tegen de gegrondverklaring van het beroep, maar enkel tegen de lengte van de beslistermijn. De rechtbank oordeelt dat zij zonder nader onderzoek uitspraak mocht doen, omdat het verzet zich niet richt op de gegrondverklaring, en bevestigt dat de discretionaire bevoegdheid om een andere beslistermijn dan twee weken te bepalen, rechtmatig is toegepast.
De rechtbank ziet geen reden om de eerdere uitspraak te wijzigen en verklaart het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de beslistermijn van uiterlijk 19 november 2024 blijft gehandhaafd.