ECLI:NL:RBDHA:2020:7472
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij geschil over hoofdverblijf en bijstandsuitkering
Verzoeker vroeg bijstand aan, maar het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard wees de aanvraag af omdat uit bankafschriften bleek dat verzoeker zijn hoofdverblijf niet in de gemeente zou hebben. Verzoeker stelde dat zijn hoofdverblijf wel degelijk in de gemeente lag, ondanks dat hij vaak bij de moeder van zijn kinderen in een andere plaats was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke woon- en verblijfplaats van verzoeker. De bankafschriften alleen boden onvoldoende basis voor afwijzing. Ook de voorgeschiedenis en eerdere beëindiging van de uitkering konden niet zonder meer doorslaggevend zijn.
De voorzieningenrechter vond dat het belang van verzoeker om niet op straat te komen zwaarder woog dan het belang van verweerder om terugvordering te voorkomen. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en verweerder opgedragen voorschotten te verstrekken vanaf 15 juli 2020.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak werd schriftelijk gedaan vanwege de coronamaatregelen en is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schorst het besluit tot afwijzing van de bijstandsuitkering.